Meer dan 85% van de bedrijven die in 2027 verplicht een mobiliteitsbudget moeten aanbieden, zijn er vandaag nog niet mee bezig. Dat blijkt uit onderzoek van Acerta. Werkgevers met 50 of meer medewerkers moeten uiterlijk 31 december 2026 klaar zijn.
De federale regering keurde op 9 januari 2026 een voorontwerp van wet goed dat de verplichting regelt. Het mobiliteitsbudget bestaat al vrijwillig sinds 2019. Voor een grote groep werkgevers wordt het nu een wettelijke plicht. De vraag is niet meer of je het moet invoeren, maar hoe je het goed doet.
In dit artikel vind je een concreet antwoord op drie vragen:
- Geldt de verplichting voor jouw bedrijf?
- Hoe werkt het mobiliteitsbudget in de praktijk?
- Wat moet je vandaag al regelen?
Geldt de verplichting voor jouw bedrijf? Dit zijn de twee voorwaarden
Niet elk bedrijf valt onder de nieuwe regels. Er zijn twee cumulatieve voorwaarden.
Voorwaarde 1: bedrijfsgrootte bepaalt de deadline
| Bedrijfsgrootte | Verplichting van toepassing? | Deadline |
|---|---|---|
| 50 of meer medewerkers | Ja | Uiterlijk 31 december 2026 |
| 15 tot en met 49 medewerkers | Ja | Uiterlijk 31 december 2027 |
| Minder dan 15 medewerkers | Nee | Permanent vrijgesteld |
De drempel geldt voor het totale personeelsbestand — niet enkel voor medewerkers met een bedrijfswagen.
Zit je boven de drempel, dan is de volgende stap die datums omzetten in een werkplan. Onze mobiliteitsbudget-oplossing binnen RewardFlex beschrijft wat je als werkgever pijler per pijler moet regelen.
Voorwaarde 2: minstens 36 maanden bedrijfswagens ter beschikking gesteld
Je moet al langer dan 36 maanden bedrijfswagens aanbieden. Die periode mag onderbroken zijn geweest. Heb je pas recent een wagenpark opgestart? Dan val je buiten de verplichting tot die 36 maanden bereikt zijn.
Ook belangrijk: je hoeft de omruil niet van vandaag op morgen voor elke medewerker open te stellen. Bij een lopend leasecontract mag je als werkgever wachten tot dat contract vervalt voor je de overstap naar het mobiliteitsbudget toestaat. Dat is gangbare praktijk en staat meestal expliciet in de mobiliteitsbudgetpolicy: de medewerker dient zijn aanvraag in, die gaat in op het einde van de lease van zijn huidige wagen.
Is het mobiliteitsbudget verplicht voor bedrijven met minder dan 50 werknemers?
Ja, maar later — en niet voor alle. Werkgevers met 15 tot 49 medewerkers volgen een jaar later: zij hebben tijd tot 31 december 2027. Onder de 15 medewerkers is de vrijstelling permanent: er volgt geen uitgestelde deadline.
Een voorbeeld: een bedrijf met 80 medewerkers en een wagenpark van vijf jaar moet het mobiliteitsbudget uiterlijk 31 december 2026 aanbieden. Een bedrijf van 35 medewerkers met een wagenpark van vier jaar heeft tot 31 december 2027 de tijd.
Twijfel je over jouw situatie?
Belangrijk: medewerkers blijven altijd vrij om hun bedrijfswagen te houden. De verplichting legt de keuze bij de werkgever om de optie aan te bieden — niet bij de medewerker om die te nemen.
Wat medewerkers met hun budget kunnen doen: de drie pijlers
Het mobiliteitsbudget is onderverdeeld in drie pijlers. Je speelruimte is niet voor alle drie dezelfde: één pijler is optioneel, één pijler is verplicht, één pijler geldt automatisch. Medewerkers kiezen vervolgens binnen dat kader hoe ze hun budget inzetten.
Pijler 1 — een emissievrije bedrijfswagen
Optioneel voor de werkgever. Je beslist zelf of je deze pijler openstelt. Medewerkers ruilen hun huidige wagen in voor een voertuig zonder CO2-uitstoot. Vanaf 1 januari 2026 moet de wagen in pijler 1 volledig emissievrij zijn. Het resterende budget vloeit door naar pijler 2 of 3.
Pijler 2 — duurzame mobiliteit (fiscaal het meest voordelig)
Verplicht aan te bieden. Dit is de enige pijler die je wettelijk moet openstellen, en meteen ook de interessantste: budget in pijler 2 is vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing én RSZ. Mogelijke bestedingen:
- abonnementen voor openbaar vervoer
- deelmobiliteit (auto, fiets, step)
- aankoop of leasing van een fiets (elektrisch of klassiek)
- woonkosten dicht bij de werkplek
Pijler 3 — het saldo in cash
Automatisch. Je hoeft hier niets voor te activeren: gebruikt de medewerker zijn budget niet volledig via pijler 1 en 2, dan wordt het saldo in cash uitbetaald. Hierop is een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% verschuldigd. Dit is fiscaal de minst voordelige uitkomst — maar je kiest er niet voor, je stelt ze vast.
Zo bereken je het juiste bedrag: de TCO-methode in drie stappen
Het mobiliteitsbudget is gebaseerd op de Total Cost of Ownership (TCO) van de bedrijfswagen die de medewerker inruilt. Die omvat alle kosten: leasing of aankoop, onderhoud, verzekering, brandstof en fiscaliteit.
De berekening verloopt in drie stappen:
- bepaal de jaarlijkse TCO van de bedrijfswagen per medewerker
- controleer de wettelijke grenzen — minimum, maximum en de grens ten opzichte van het brutoloon (zie hieronder)
- stel het individuele budget vast per medewerker op basis van stap 1 en 2
Wat is het maximumbedrag van het mobiliteitsbudget?
Het mobiliteitsbudget zit tussen twee grenzen. Voor 2026 bedraagt het jaarbudget minimum €3.233 en maximum €17.244. Daarbovenop geldt een relatieve grens: het budget mag niet meer bedragen dan een vijfde van het totale jaarlijkse brutoloon van de medewerker.
Twee aandachtspunten:
- de bedragen worden jaarlijks geïndexeerd
- voor een medewerker die pas recent in een wagenplan stapt, kan het budget pro rata worden toegekend
Geen twee medewerkers hebben automatisch hetzelfde budget. TCO varieert per wagen. Een correcte berekening voorkomt fouten achteraf.
Net dat werk — elke TCO herrekenen, de grenzen toepassen, de individuele budgetten opvolgen door de tijd — wordt onwerkbaar in een spreadsheet vanaf enkele tientallen wagens. RewardFlex berekent en stuurt de individuele mobiliteitsbudgetten op basis van jouw car policy.
Gaat dit mij meer kosten?
Dat is de eerste vraag op het directiecomité, en het antwoord is in de overgrote meerderheid van de gevallen neen.
Het mobiliteitsbudget is geen extra enveloppe. Het wordt berekend op de TCO van een wagen die je vandaag al financiert: de leasing, de brandstof, de verzekering, het onderhoud en de fiscaliteit die je nu voor die wagen betaalt. De medewerker die overstapt, voegt geen lijn toe aan je loonkost — hij heroriënteert de lijn die er al staat.
Wat verandert is de verdeling, niet het bedrag. Een deel van de enveloppe verlaat de post wagenpark en financiert een fiets, een treinabonnement of woonkosten dicht bij het werk. En omdat pijler 2 vrijgesteld is van bedrijfsvoorheffing én RSZ, rendeert de heroriënteerde euro daar beter dan in een wagen.
De echte kosten zitten elders: implementatietijd, juridische begeleiding van de car policy en het beheerplatform. Dat zijn eenmalige projectkosten, los van de omvang van de uitgekeerde budgetten.
In 5 stappen klaar tegen 31 december 2026
Wie nu begint, legt een stabiele basis en vermijdt haastwerk vlak voor de deadline.
- check je scope — tel het totale personeelsbestand en check hoelang je al bedrijfswagens aanbiedt
- breng je wagenpark in kaart — welke medewerkers hebben een bedrijfswagen, wat is de TCO per wagen, wanneer lopen de leasecontracten af? Dit is het moment om je car policy boven te halen, want die is de rekenbasis van het mobiliteitsbudget
- bereken de individuele budgetten — op basis van TCO per medewerker en de wettelijke grenzen
- kies een beheerplatform — het vereenvoudigt de administratie, van budgetbeheer tot terugbetalingen in pijler 2. Beheer je meerdere voordelenplannen naast elkaar, dan centraliseert RewardPilot de sturing en de administratie in één interface
- communiceer tijdig — leg de keuze uit, geef concrete voorbeelden per pijler en plan voldoende tijd voor vragen
Praktisch advies: wacht niet tot lopende leasecontracten aflopen om te beginnen met de voorbereiding.
Nu starten, haastwerk vermijden
Het mobiliteitsbudget wordt een vast onderdeel van het loonpakket bij duizenden Belgische bedrijven. Werkgevers met 50 of meer medewerkers moeten uiterlijk 31 december 2026 klaar zijn — en het overgrote deel is dat nog niet. Wie nu begint, vermijdt haastwerk en maakt van de verplichting een concrete meerwaarde voor medewerkers.
Begeleid je werkgevers in plaats van er een te zijn? Ons artikel voor boekhouders, sociale secretariaten en adviseurs bevat de vragen die je een klant stelt en de volgorde waarin je zijn dossier voorbereidt.
We bundelden de vragen van HR-professionals uit ons webinar in een apart artikel: mobiliteitsbudget, de meest gestelde vragen. Dit zijn de zes die het vaakst terugkomen.
Veelgestelde vragen over het verplichte mobiliteitsbudget
Wordt het mobiliteitsbudget berekend op het brutoloon of op de kostprijs van de wagen?
Wordt het mobiliteitsbudget berekend op het brutoloon of op de kostprijs van de wagen?
Mag de werkgever de overstap naar het mobiliteitsbudget weigeren?
Mag de werkgever de overstap naar het mobiliteitsbudget weigeren?
Is pijler 1 verplicht aan te bieden?
Is pijler 1 verplicht aan te bieden?
Telt de drempel van 50 werknemers per juridische entiteit, in headcount of in VTE?
Telt de drempel van 50 werknemers per juridische entiteit, in headcount of in VTE?
Mag je medewerkers uitsluiten die hun wagen nodig hebben om bij klanten te geraken?
Mag je medewerkers uitsluiten die hun wagen nodig hebben om bij klanten te geraken?
Kan een medewerker na één of twee jaar terugkeren naar een bedrijfswagen?
Kan een medewerker na één of twee jaar terugkeren naar een bedrijfswagen?




